Tranen


De traan bevlekte
zijn zicht
hij kon alleen nog
haar liefde proeven
zilt, bevreemd, bevlekt
verdwaasd
bekrompen benijd
intens gedeeld
gedoemd
te vergaan
in zijn vervlogen pijn
starend vol verlangen
in de wazige verte
verdronken in de leegte.

Hij stond zichzelf toe
kwetsbaar te zijn
zette zijn schild
aan de kant
gaf zich over
aan een stortvloed
van emoties
overweldigend
verlichtende tranen
hij liet zich meedrijven
naar zijn diepste zelf
verlossende glimlach
de intense blik
die pijn deed vervagen.

Toen de wind stil werd
en het vluchten vervaagde
voelde hij
wat het beëindigen
inhield
hij verlangde ernaar
maar besefte niet
dat hij elk gevoel
vernederde
de aanwakkerende wind
deed hem herleven
gevoelig, blij
vergane emoties
flakkerden terug op.

Pas toen hij
haar aanwezigheid losliet
vonden zijn tranen
de vrije loop
het ziltige zout smaakte
naar het zoete verlangen
haar toch te omhelzen
zijn hart brak
bij de zure gedachte
haar opnieuw
te verliezen
de herinnering in haar
stierf in zijn armen
vredig, bemind, vrij.