Psychosomatische aandoening

Psyche betekent geest, soma betekent lichaam. Op een bepaalde manier zijn de meeste aandoeningen psychosomatisch: zowel lichaam als geest zijn bij de aandoening betrokken. Er is een geestelijk aspect aan elke fysieke aandoening en er kunnen fysieke effecten zijn aan een mentale aandoening. Maar de term psychosomatische aandoening wordt vooral gebruikt voor een lichamelijke aandoening die wordt veroorzaakt of erger wordt gemaakt door psychische factoren.

De geest kan fysieke symptomen veroorzaken. Bijvoorbeeld als we bang zijn of angstig kunnen we lichamelijke klachten ontwikkelen: een snelle hartslag, hartkloppingen, misselijkheid, beven (tremor), zweten, droge mond, pijn op de borst, hoofdpijn, een 'knoop in de maag' en een snelle ademhaling. Deze lichamelijke symptomen zijn te wijten aan een teveel aan zenuwimpulsen die vanuit de hersenen naar verschillende delen van het lichaam worden gestuurd en adrenaline dat in de bloedbaan terecht komt. Ook kunnen de hersenen een invloed hebben op bepaalde cellen van het immuunsysteem die betrokken zijn bij diverse lichamelijke aandoeningen.

Dat de oorzaak van de klachten niet altijd duidelijk is, betekent niet dat er geen behandeling mogelijk is, want bij psychosomatische klachten gaat het om lichamelijke klachten die door psychische en sociale factoren mee beïnvloed worden. Het is belangrijk te kijken wat de invloed is van de psychische en sociale factoren op de klachten. De behandeling zal zich op alle drie de factoren richten.

Klachten
  • ademhalingsklachten: hyperventilatie, astma en benauwdheden
  • druk op de borst of sware hartkloppingen
  • stressklachten: spierpijnen, rug-, schouder-, nekpijn, krampen
  • onverklaarde spier- en gewrichtspijn
  • slecht of juist heel veel slapen
  • angstig en onzeker zijn
  • hoofdpijn, migraine
  • maag- en darmklachten
  • niet kunnen ontspannen
  • buikpijn
  • huidaandoeningen en jeuk
  • lusteloos, prikkelbaar, onrustig of gejaagd zijn
  • concentratieproblemen
  • neurologisch aandoende klachten, zoals moeite met bewegen
  • extreme vermoeidheid
  • vaak komen tegelijkertijd ook angstklachten en somberheid voor
  • beperkt voelen in het dagelijkse functioneren
Behandeling


Het doel van de behandeling is niet direct dat de lichamelijke klachten er niet meer zijn, maar er voor te zorgen dat de kwaliteit van je leven beter wordt. Dit kan door te leren omgaan met bepaalde gevoelens, beter opkomen voor jezelf, je veerkracht terug te krijgen en jezelf terug te vinden.

Het is altijd goed om mensen uit je omgeving bij je behandeling te betrekken, zodat zij begrip krijgen voor je situatie, maar je ook kunnen helpen met het omgaan met je klachten. Wanneer zij dingen voor je uit handen nemen of teveel van je vragen, kan dit een negatief effect hebben op je herstel.

Tips voor de omgeving:

  • neem de klachten serieus; degene in je omgeving ervaart echt klachten
  • blijf met elkaar praten over de klachten en vraag hoe je iemand kan helpen
  • blijf samen kritisch op interacties die de klachten in stand kunnen houden
  • probeer samen een evenwicht te vinden tussen rusten en activiteiten
  • zorg dat je zelf ook iemand hebt om mee te praten.