Zonder er bij stil te staan, leef je vaak vanuit een zogenaamde automatische piloot. Je bent druk bezig met plannen, doen en denken en staat nauwelijks stil bij het 'hier' en 'nu', bij gewoon 'zijn'. Je bouwt stress op, bent je daar niet altijd van bewust en die stress vertaalt zich dan in allerlei lichamelijke of andere klachten.
Mindfulness betekent aandachtig zijn, opmerkzaam zijn voor wat er in het hier en nu met jou gebeurt, gebaseerd op Oosterse principes van bewustzijn, karma en meditatie. Je aandacht doelbewust richten op je ervaring van dit moment, zonder oordeel. Door te leren om met aandacht in het leven te staan in het hier en nu, kan er een groter bewustzijn ontstaan en kan je beter leren omgaan met dat wat zich in je leven aandient zoals momenten van stress, verdriet, angst, pijn of spanning. Hierdoor ontstaat uiteindelijk een innerlijke vrijheid.
"Je kunt de golven niet stoppen, maar je kunt leren surfen."
Onderzoek suggereert dat mindfulness verschillende processen versterkt:
Mindfulness traint het vermogen om op te merken wanneer de aandacht afdwaalt en deze vriendelijk terug te brengen naar het huidige moment, bijvoorbeeld naar de ademhaling. Het betekent niet dat je nergens aan mag denken. Gedachten blijven opkomen, dus de oefening is om ze op te merken zonder erin meegezogen te worden.
Mindfulness probeert dus niet om gedachten te stoppen. Het doel is eerder om een andere relatie met gedachten te ontwikkelen. Je ziet ze als mentale gebeurtenissen die komen en gaan, in plaats van als absolute waarheden. Ontspanning kan een gevolg zijn, maar is niet het doel. Soms brengt mindfulness net ongemakkelijke gevoelens aan het licht.