Interactionele Vormgeving (IV)

Interactionele Vormgeving (IV) vertrekt vanuit een integratieve en eclectische visie, waarbij verschillende therapeutische stromingen in interactie worden gebracht. Interactionele Vormgeving bevrucht, verdiept en verrijkt de oorspronkelijke vormen zonder hun eigenheid te verliezen.

Interactionele Vormgeving kijkt niet naar “het probleem in een persoon”, maar naar de terugkerende interacties tussen mensen waarin het probleem ontstaat en in stand blijft. De kern is dus: veranderen van interactie = veranderen van het probleem.

IV integreert experiëntiële met systemische elementen, een lichaamsgerichte benadering met gesprekstherapie, psychoanalyse, gedragstherapie en systeemtherapie en sluit aan bij de vernieuwingen in psychotherapie omdat het oog heeft voor de grotere context en aansluit bij een meersporenbeleid. De therapie brengt vorige stromingen samen tot een nieuwe therapievorm. De reden hiervoor is dat je uniek bent, met je eigen verleden, interesses en culturele achtergrond.

Interactionele Vormgeving gaat uit van het idee dat problemen niet alleen “in iemand” zitten, maar ontstaan en blijven bestaan in interactie met anderen en de omgeving. Dus niet alleen “Wat is er mis met jou?” maar vooral “Wat gebeurt er tussen jou en anderen waardoor dit probleem blijft bestaan?”

De therapie moet zich daarom kunnen aanpassen aan jou als unieke mens, en niet andersom. Een therapeut zal zijn werkwijze daarom steeds toetsen aan de belevingswereld, de 'ingang' en je specifieke probleem, waarbij je onderverdeeld wordt als denker (betekenis), doener (actie) of voeler (emotie).

kernideeën


interactioneel
 

Gedrag en klachten worden gezien als onderdeel van een patroon tussen:
  • persoon zelf
  • partner of gezin
  • school of werk
  • bredere context

Bijvoorbeeld:
  • een kind “is niet gewoon druk”
  • maar het gedrag ontstaat in wisselwerking met verwachtingen, reacties en spanning in het gezin

 

patronen vs labels
 

IV vermijdt sterk het “etiketten denken” (zoals alleen ADHD of angststoornis) en kijkt naar:
  • herhalende interacties
  • terugkerende escalaties
  • communicatiecircuits

 

therapeut is onderdeel
 

Een belangrijk principe: de therapeut beïnvloedt het systeem en wordt er ook door beïnvloed.
  • niet neutraal “observeren van buitenaf”
  • maar actief meedoen in de interactie

 

hier en nu
 

In plaats van lange analyse van het verleden ligt de nadruk op:
  • wat gebeurt er nu in gesprekken?
  • wat gebeurt er tussen mensen in de kamer?

 

aanpak

Een traject kan bijvoorbeeld bestaan uit:

  • samen het probleem in kaart brengen
    Niet alleen klachten, maar:
    • wie reageert hoe op wie?
    • wanneer escaleert het?
    • wat wordt geprobeerd dat niet werkt?
  • interacties zichtbaar maken
    De therapeut helpt patronen te benoemen zoals:
    • “hoe meer jij duwt, hoe meer de ander zich terugtrekt”
    • “wanneer spanning stijgt, gaan jullie elkaar minder begrijpen”
  • experimenteren met nieuw gedrag
    In gesprekken of thuissituaties:
    • andere reacties proberen
    • bewust doorbreken van patronen
  • reflectie en bijsturing
    Wat verandert er in de interactie?

verschillen

methode focus
NEI innerlijke emotionele blokkades
NLP taal en interne representaties
One Brain® Methode emotie + spiertesten
Interactionele Vormgeving interactiepatronen tussen mensen

lees je dagelijkse horoscoop

ontdek je astrologisch teken