Schoonheid en onvolmaaktheid


Majestueus. Als een slanke deerne verrijst deze torenspits boven het dorp aan de Schelde. Ze aanschouwt de markt en kijkt arrogant over de hele regio neer. Ze toont met trots haar weelderige tierlantijntjes en beklemtoont haar grandeur. Ze is fier de grootste te zijn. De torenspits van de kathedraal van Antwerpen straalt eigenwijs haar schoonheid uit; een meesterwerk.

Daarnaast staat een zielig stompje stenen, als een wrat op de middenbeuk geplant. Een onafgewerkte toren nestelt zich triestig naast de torenspits, zich beschaamd verbergend in diens schaduw en wegkwijnend door zijn onvolmaaktheid.

Hoe zie jij de kathedraal? Als een verwaande ranke torenspits, die in al haar architecturale elegantie de hemel kleurt, of valt je eerder de onafgewerkte stomp ernaast op? Zie je de schoonheid van het deel, of de onvolmaaktheid van het geheel? Geeft de bewondering je meer voldoening dan het misprijzen? En hoe kijk je dan naar mensen?

Vanuit de aangeboren onvolmaaktheid van het geheel zullen we altijd aspecten vinden om een persoonlijkheid af te stoten omdat die niet stroken met onze idealen, al dan niet opgelegd. Terwijl het genot van de schoonheid der delen ons net de vreugde van het leven geeft en meer voortbrengt dan het vasthouden aan idealen.