De termen Münchausen-syndroom en Münchausen-by-proxy worden nog veel gebruikt, maar in de moderne geneeskunde spreekt men meestal van factitious disorder imposed on self (FDIS) en factitious disorder imposed on another (FDIA). Vooral die tweede is belangrijk omdat het om misbruik van een ander kan gaan.
Bij het Münchausen-syndroom (FDIS) doet iemand zich bewust ziek voor, verzint of overdrijft klachten, of veroorzaakt soms bewust symptomen bij zichzelf.
Bij Münchausen-by-proxy (FDIA) doet een verzorger alsof een afhankelijk persoon ziek is. Soms worden symptomen zelfs daadwerkelijk bij het slachtoffer veroorzaakt en kan er sprake zijn van kindermishandeling.
Het belangrijke onderscheid met gewoon "doen alsof" is dat er geen duidelijk extern voordeel hoeft te zijn. Het doel is niet bijvoorbeeld geld, ziekteverlof, een uitkering of het ontlopen van een straf. De persoon lijkt vooral de ziekenrol nodig te hebben. Dat kan bijvoorbeeld bestaan uit:
De klachten kunnen buitengewoon overtuigend zijn. Iemand kan bovendien behoorlijk veel medische kennis hebben.
Münchausen is niet hetzelfde als hypochondrie. Bij hypochondrie of ziekteangst is iemand ervan overtuigd of bang dat hij ziek is, terwijl daar medisch onvoldoende aanleiding voor is. De persoon liegt niet noodzakelijk bewust. Bij factitious disorder weet iemand in essentie dat de symptomen niet werkelijk zijn zoals ze worden voorgesteld, en is er sprake van bewuste misleiding. Ook malingering of simulatie is iets anders: daarbij is er juist een duidelijk extern doel zoals geld, drugs, een uitkering of het vermijden van een verplichting.
Er zijn verschillende patronen. Een verzorger (meestal ouder) kan bijvoorbeeld:
Wanneer het ziektebeeld alleen beschreven wordt door de ouder en niet door onafhankelijke observatoren, bewijst dit niets want veel medische problemen zijn nu eenmaal episodisch. Maar wanneer het zich herhaaldelijk voordoet, terwijl onderzoek geen verklaring vindt, kan het voor artsen een belangrijk onderdeel van het patroon worden.
Eén afzonderlijk signaal bewijst absoluut niet dat iemand Münchausen of FDIA heeft. Maar een patroon van meerdere signalen kan aanleiding zijn om verder onderzoek te doen. Bij vermoedelijke FDIA is samenwerking tussen meerdere professionals bijzonder belangrijk. Vandaar de nadruk op een multidisciplinaire aanpak en een chronologisch overzicht van de medische geschiedenis.
Artsen kunnen bijvoorbeeld opvallen:
Artsen moeten daarbij eerst echte lichamelijke en psychische ziekten uitsluiten. Het is dus niet verantwoord om iemand op basis van "vreemd gedrag" meteen van Münchausen te beschuldigen.
Behandeling kan bestaan uit:
Het probleem is dat mensen soms behandeling weigeren zodra duidelijk wordt dat artsen hun gedrag vermoeden. Er bestaat momenteel geen behandeling waarvan overtuigend is aangetoond dat die bij iedereen werkt. Een niet-bestraffende, niet-confronterende aanpak kan helpen om iemand in behandeling te houden.
Nog opvallender is bijvoorbeeld:
Kind ziek volgens ouder → onderzoek toont weinig → behandeling werkt niet → nieuwe symptomen → opnieuw ziekenhuis → opnieuw onderzoeken → opnieuw geen duidelijke verklaring.
Ook kunnen artsen een discrepantie zien tussen:
Zulke discrepanties en een onverklaarbaar, recidiverend ziektebeeld met veel medische procedures zijn belangrijke redenen om alert te zijn.
Bij Münchausen-by-proxy is de prioriteit anders. Hier moet eerst het slachtoffer beschermd worden.
Dus niet: "Hoe krijgen we de ouder zover dat die toegeeft Münchausen te hebben?"
Maar wel: "Hoe zorgen we ervoor dat de afhankelijke persoon niet verder wordt beschadigd?"
Dat kan betekenen:
Bij FDIA kan het noodzakelijk zijn om het slachtoffer tijdelijk uit de zorg van de betreffende persoon te halen.
Er bestaat geen eenvoudige "Münchausen-persoonlijkheid". Mogelijke factoren zijn onder andere:
Bij iemand met Münchausen is de beste aanpak meestal begrenzen + medisch verantwoord handelen + psychologische hulp, in plaats van eindeloos meegaan in steeds meer onderzoeken.
Bij Münchausen-by-proxy is het vaak moeilijk om het precieze motief vast te stellen. Voor de bescherming van het slachtoffer is het motief eigenlijk secundair. Er is bewuste misleiding, maar factitious disorder wordt beschouwd als een psychiatrische aandoening en niet simpelweg als normaal liegen. Dat betekent niet dat je alles moet geloven of dat je gevaarlijke situaties moet tolereren.
Let wel, er bestaat ook zoiets als een overbezorgde en angstige ouder. Want een ouder van een echt ziek kind kan óók veel medische kennis hebben, veel artsen bezoeken, sterk aandringen op onderzoek en soms zeer emotioneel reageren. Dat maakt op zichzelf geen Münchausen-by-proxy. De kern is niet: “Is deze ouder lastig, angstig of veeleisend?” maar: “Is er aanwijzing dat de verzorger bewust onjuiste informatie geeft, symptomen veroorzaakt of medische zorg manipuleert en is er daardoor schade of risico voor het kind?”
| Münchausen | Münchausen-by-proxy | |
|---|---|---|
| moderne term | factitious disorder imposed on self (FDIS) | factitious disorder imposed on another (FDIA) |
| wie krijgt de "ziekte" | de persoon zelf | een andere persoon |
| wie manipuleert | de patiënt | verzorger of ouder |
| doel | ziekenrol of medische aandacht, zonder duidelijk extern voordeel | ziekenrol of medische aandacht via het slachtoffer |
| slachtoffer | de persoon zelf | een afhankelijke ander |
| medische schade | mogelijk zeer groot | kan extreem groot zijn |
| kindermishandeling | niet per definitie | wanneer een kind wordt beschadigd of onnodige schadelijke zorg krijgt |
| belangrijkste behandeling | psychiatrie of psychotherapie + schade beperken | eerst slachtoffer beschermen, daarna behandeling van veroorzaker |