Cognitieve gedragstherapie (CGT) is een van de meest onderzochte en toegepaste vormen van psychotherapie. Het uitgangspunt is dat gedachten, gevoelens en gedrag elkaar voortdurend beïnvloeden. Door niet-helpende denkpatronen en gewoontes te herkennen en te veranderen, kunnen emotionele klachten verminderen.
Gebeurtenissen veroorzaken niet rechtstreeks onze emoties. De betekenis die we eraan geven doet dat. De therapie is een psychologische behandelmethode die ervan uitgaat dat onze interpretatie van gebeurtenissen vaak belangrijker is voor hoe we ons voelen dan de gebeurtenis zelf.
Dat betekent niet dat emoties "verkeerd" zijn. Integendeel: emoties zijn meestal logisch vanuit hoe iemand een situatie interpreteert. Cognitieve gedragstherapie probeert niet simpelweg "positief denken" aan te leren. Het doel is om realistischer en behulpzamer te leren denken en handelen zodat je minder vastloopt in patronen die klachten in stand houden en vicieuze cirkels doorbreekt.
Een eenvoudig voorbeeld:
In CGT onderzoek je of die gedachte wel klopt.
Door automatische gedachten te onderzoeken, denkfouten te herkennen, vermijdingsgedrag te doorbreken en nieuwe ervaringen op te doen, kan iemand geleidelijk nieuwe, realistischere patronen ontwikkelen die leiden tot minder psychische klachten en meer psychologische flexibiliteit.
CGT beschrijft vaak de wisselwerking tussen drie elementen
Deze beïnvloeden elkaar voortdurend.
situatie → gedachten → gevoelens → lichamelijke reacties → gedrag → nieuwe ervaringen
Later blijkt dat je baas je wilde feliciteren met een project. De situatie veranderde niet maar de interpretatie ervan bepaalde grotendeels de emotionele reactie.
Een belangrijk onderdeel van CGT is het leren herkennen van denkfouten, ook wel cognitieve vertekeningen genoemd.
CGT heeft sterke wetenschappelijke onderbouwing bij onder andere