ik dacht dat ik mezelf kende
tot jij mij vertelde wie ik was
je woorden kwamen zacht
maar bleven hardnekkig in mij hangen
je zei dat ik overdreef
dat ik dingen verkeerd begreep
dat mijn herinneringen niet klopten
en langzaam begon ik daaraan te geloven
ik zocht naar fouten in mijn eigen hoofd
ik herhaalde gesprekken in stilte
ik woog ieder woord opnieuw
want misschien had ik het verkeerd gehoord
of had ik te veel gevoeld
dus zweeg ik steeds iets vaker
ik slikte vragen in
ik verborg mijn twijfel achter een glimlach
ik leerde mijn eigen pijn wantrouwen
zelfs wanneer iets duidelijk pijn deed
vroeg ik me af of ik het mocht voelen
mijn innerlijke stem werd een fluistering
met twijfel aan mijn eigen ogen en intuïtie
aan mijn recht om geraakt te zijn
en ik werd moe van het twijfelen
zo moe dat ik mezelf soms niet meer herkende
ik keek in de spiegel
en zocht naar degene die ik vroeger was
waar was mijn zekerheid gebleven
mijn stem, het vertrouwen
waarmee ik ooit de wereld tegemoet liep
ik voelde me klein
kleiner dan mijn eigen angst
kwetsbaar onder woorden
die steeds opnieuw aan mij werden opgelegd
ik begon toestemming te zoeken
om mijn eigen gevoelens te mogen hebben
alsof mijn verdriet een vergunning nodig had
en mijn waarheid pas bestond
wanneer jij die bevestigde
en toch bleef ergens diep in mij
een klein stukje verzet bestaan
een stemmetje dat niet helemaal verdween
het fluisterde: dit klopt niet, je bent niet gek
je weet wat je hebt gevoeld
maar ik durfde er nauwelijks naar te luisteren
maar het bleef
zelfs in de nachten waarin ik huilde
zelfs op dagen waarop ik mezelf niets waard vond
zelfs wanneer ik mijn eigen herinneringen verdacht maakte
het bleef als een klein licht
onder een deur die lang gesloten was
toen begon ik terug te kijken
niet om mezelf te beschuldigen
maar om mezelf eindelijk te begrijpen
ik zag hoe vaak ik sorry had gezegd
voor dingen die niet mijn schuld waren
hoe vaak ik mezelf had aangepast
om de vrede te bewaren
hoe vaak ik mijn grenzen had verlegd
totdat ik niet meer wist waar ze lagen
ik zag hoe mijn zelfvertrouwen
stukje voor stukje was afgebroken
niet met één grote klap
maar met duizend kleine twijfels
een blik
een ontkenning
een beschuldiging
een omkering van de werkelijkheid
steeds weer opnieuw
tot ik mezelf begon te zien
door de ogen van iemand anders
en die ogen waren nooit mild voor mij
ik schaamde me voor mijn tranen
ik schaamde me voor mijn vragen
ik schaamde me zelfs voor mijn behoefte
om geloofd te worden
maar waarom zou ik me daarvoor schamen
waarom zou verlangen naar waarheid
een zwakte zijn
waarom zou gevoeligheid betekenen
dat mijn werkelijkheid minder echt is
langzaam begrijp ik het
ik was niet te veel
ik was te vaak te weinig geloofd
ik was niet gek
ik was verward gemaakt
ik was niet zwak
ik was uitgeput van het overeind blijven
mijn twijfel was geen bewijs tegen mij
het was een wonde die zichtbaar werd
en mijn gebroken zelfvertrouwen
was geen karakterfout
het was iets wat mij was afgenomen
maar wat is afgenomen
kan langzaam weer worden teruggevonden
dus leer ik opnieuw naar mezelf luisteren
zonder bewijs te leveren voor elke traan die ik laat
want mijn eigen stem was bang om opnieuw benaderd te worden
en vandaag ben ik nog vertwijfeld
misschien wankel ik nog bij harde woorden
en soms zoek ik nog bevestiging
waar ik vroeger zekerheid vond
maar ik begin mezelf terug te vinden
niet als degene die ik ooit was
maar als iemand die zichzelf opnieuw leert kennen
die weet hoe diep woorden kunnen snijden
en weet hoe stilte kan verstikken
iemand die ondanks alles nog steeds voelt
hoopt, liefheeft, nog steeds probeert
en misschien is dat geen bewijs van zwakte
maar van een kracht die ik vergeten was
want ik ben niet de twijfel die in mij werd geplant
en ik ben niet de leugen die ik over mezelf ben gaan geloven
ik ben degene die nu langzaam zijn eigen waarheid terugvindt
thuiskomend, in mezelf
en deze keer zal ik mezelf geloven




