we dansten innig
alsof de nacht geen einde kende
jouw adem langs mijn hals
mijn handen verdwaald in jouw stilte
ik verdween in je ogen
in de warmte van je huid
in het ritme van je heupen
je glimlach brak mij open
langzaam, genadeloos teder
onze schaduwen bewogen samen
als golven zonder kust
jij trok me dichterbij
dichter dan woorden ooit raken
ik proefde heimwee
nog voor het afscheid kwam
want liefde met jou
was nooit eenvoudig
de mooie dagen waren hemel
lakens vol zonlicht
vingers die bleven zoeken
maar de donkere dagen
die droegen messen
stiltes werden stormen
blikken werden muren
we hielden elkaar vast
en verloren elkaar tegelijk
soms leek onze liefde
op een zee zonder bodem
soms was ik bang
voor hoe diep ik viel
toch bleef ik terugkeren
telkens opnieuw
naar jouw stem in de nacht
naar je armen om mij heen
niemand heeft me ooit
zo zacht gebroken
niemand heeft me ooit
zo volledig gezien
ik mis onze dans
traag en roekeloos
ik mis het spel van verlangen
de stilte tussen het kussen
de honger naar je nabijheid
soms droom ik nog
dat je voor me staat
dat je mijn hand neemt
zonder iets te zeggen
dan beweegt de kamer weer
langzaam
op het ritme van herinnering
maar ik word wakker
in een bed van afwezigheid
en dan besef ik opnieuw
dat ik degene was die vertrok
omdat houden van jou
ook pijn ademde
omdat geluk soms
te fel kan branden
toch draag ik je nog steeds mee
als een lied onder mijn huid
als een dans die nooit eindigt
verloren verlangen

